Helplaos helpt scholen in Laos

Wat kun je kopen in het Khongdistrict?

Iedereen is boer
Omdat er geen werk is, hebben de meeste mensen geen salaris. Daarom is iedereen boer. De meeste families leven van hun rijstveldje, een beetje visvangst en soms wat eten uit het bos. Dat is afhankelijk van het seizoen. Ze hebben dus geen vaste bron van voedsel. Met de hele familie wordt er één keer per jaar rijst geteeld. Er wordt in mei geplant en in oktober en november geoogst. Alles gebeurt met de hand. Soms is het heel druk. Er zijn geen machines, daarom moeten de kinderen volop meehelpen. Met de opbrengst van het veldje moet een familie een heel jaar doen. Heel soms kan er een klein beetje verkocht worden, om bijvoorbeeld wat nieuwe kleren te kopen of om de dokter te betalen. Rijkere families hebben een boot en kunnen daarom wat meer vis vangen en die verkopen.

Wat verdient een leraar?
De munteenheid in Laos is de Laotiaanse kip. Voor 1 Euro kun je ongeveer 11.000 kip kopen (2014). Een leraar verdient ongeveer
€ 150,00 per maand. Dit is niet voldoende voor levensonderhoud. Hij heeft daarom ook nog een rijstveldje en soms een varken of een paar buffels om wat extra’s te verdienen. Leraren zijn soms niet op school omdat ze thuis teveel werk hebben.

Zakgeld
Bijna nooit hebben de ouders geld voor medicijnen, een reparatie aan het huis en of geld om kapotte en versleten kleding te vervangen. Daarom lopen veel vooral kleine kinderen rond in vodden.

De kinderen hebben geen speelgoed. Dat maken ze zelf van takken en andere dingen die ze vinden. De meeste kinderen zijn nog nooit in een stad geweest. Ouders hebben geen auto, hoogstens een motor/scooter, waar ze soms met zijn vieren op kruipen, maar vaak is er niet genoeg geld voor benzine. Je begrijpt dat kinderen geen geld hebben om iets te kopen.

Kleding
De meeste kinderen hebben maar 1 schooluniform dat van de oudste naar de jongste doorgegeven wordt.

Snoep
Soms is er een soort winkeltje in het dorp. Dat is een klein stalletje waar kleine zakjes zelfgemaakte snoep hangen. Bijvoorbeeld gefrituurde bananenschijfjes. Op de foto liggen de schijfjes te drogen, voordat ze gefrituurd worden. Mensen kopen suiker per 50 gram (half kopje) omdat ze geen geld voor een kilo hebben. Sigaretten worden per stuk verkocht.

Geen bank, maar een buffel
Mensen brengen hun geld, als ze dat hebben, niet naar de bank. Wanneer het een goed jaar is geweest, kopen ze een jonge buffel, koe of varken. Als het dier groot is, kan het verkocht worden wanneer er geld nodig is. Bijvoorbeeld als er iemand ziek is en er medicijnen gekocht moeten worden. Mensen sparen om goud te kopen. Dit wordt in tijden van nood weer verkocht.

Ouders moeten zelf voor een schoolgebouw zorgen!
De regering betaalt alleen de salarissen van de onderwijzers. De ouders moeten zelf voor een gebouw, schoolmeubeltjes en boeken zorgen. Soms betalen de dorpsbewoners het eten van een klassenassistent.  Per maand moet er daarom een paar dubbeltjes aan schoolgeld per kind betaald worden. Dit is voor sommige gezinnen heel veel. Middelbaar onderwijs is vaak helemaal onbetaalbaar. Er is geld nodig voor boeken, schooluniformen en eventueel een fiets, omdat de kinderen verder moeten reizen. Grote gezinnen kunnen het zich vaak niet veroorloven om hun kinderen lang naar school te laten gaan.