Helplaos helpt scholen in Laos

Dong, een meisje in Laos

In het huis waar jij woont, staan veel spullen. In Nederland heeft iedereen een bank, een televisie, een eettafel, een keuken met fornuis, speelgoed op de kamer en iedereen heeft een eigen bed. In Laos is dat vaak niet zo. De mensen daar hebben vaak veel minder spullen dan in Nederland. Hieronder lees je het verhaal van Dong, een meisje in het Khongdistrict:

Dong is een meisje dat woont in Laos. Thuis heeft ze niet zoveel. Ze woont samen met haar ouders en drie broertjes en twee zusjes in een soort hutje op het platteland. Het hutje is door haar vader en zijn broers en neven gemaakt, want geld om een huis te kopen hebben haar ouders niet. Alle hutjes in het dorp waar Dong woont zijn door de bewoners zelf gemaakt. Ze heeft geen eigen slaapkamer, dat heeft niemand in Laos.

De familie slaapt in één ruimte. Bedden hebben ze ook niet, ze slapen op een dun matje, zo op de grond. Dong heeft, net als veel kinderen in Laos, geen speelgoed. Zelfs voor de kleine kinderen is er niets om mee te spelen, behalve takjes en steentjes die overal te vinden zijn. Soms moet ze haar ouders helpen op de rijstvelden of met het zoeken van eten in het bos. Anders heeft de familie geen eten.

De ouders van Dong gaan eigenlijk nooit naar een winkel of naar de markt. Het is niet leuk om daar rond te lopen als je geen geld hebt. De rijst die ze eten, hebben ze zelf geteeld. Wanneer de rijstoogst niet groot genoeg is geweest, moet de familie op rantsoen. Dat betekent dat ze hun buikje niet rond kunnen eten, want dan is er aan het einde van het jaar geen eten meer. Drie keer per dag eet Dong kleefrijst. Ze maakt er balletjes van die ze in een sausje doopt.

Vaak heeft ze nog wel trek na het eten. Daarom gaat Dong ook op zoek naar eten in het bos. Ze probeert paddenstoelen, bamboescheuten, eetbare boombladeren en krabben te vinden. Maar heel vaak komt ze zonder eten naar huis. Wanneer ze wel wat vind, deelt ze dat altijd met haar broertjes en zusjes.

De familie van Dong heeft zo weinig geld, dat ze ook geen kleding kunnen kopen. Ze komen aan eten door zelf rijst te verbouwen, maar dat is vaak niet genoeg om van te leven. Daarom gaan haar vader en broers regelmatig vissen. Er is niet voldoende vis voor alle inwoners van het dorp, daarom vangen ze tegenwoordig ook kikkers om te eten.

Omdat haar ouders geen kleding kunnen kopen, loopt Dong in versleten kleren. Ze heeft de kleren al best lang en ze moet ze erg vaak aan, want behalve deze kleren heeft Dong maar één schooluniform, maar dat mag ze alleen naar school aan. Bijna alle dingen in het huis van Dong zijn gemaakt door haar familie. Als er wat kapot gaat, moet een van haar ouders het proberen te repareren of iets nieuws maken van spullen die je in het bos kunt vinden.

Wanneer Dong niets te doen heeft, speelt ze met andere kinderen rondom het huis en in het bos. Ze houdt gelijk een oogje op de kleine kinderen die overal mogen lopen. Wanneer ze huiswerk heeft, moet ze dit vóór half zeven afhebben, want dan wordt het donker. In huis hebben ze nog geen elektriciteit en werken bij een walmend olielampje vindt Dong niet fijn. Meestal gaat ze om zeven uur naar bed, want in het donker is er niet veel te doen. Voordat ze naar school gaat, moet ze eerst twee emmers water halen bij de rivier. Dat is best wel weer gezellig, want dan komt ze haar vrienden ook weer tegen.